Achter gesloten deuren
In de straat waar ik ‘s ochtends de deur uitloop,
Waar ik met mijn eigen plannen en problemen
In mijn gedachten ben
Weerkaatsend naar de stenen op de stoep
En onderweg de mensen groet
Die ik eigenlijk niet ken.
Daar in diezelfde straat
Daar wonen ook de ogen
Die huilden door de nacht
Van de vrouw die in angst in plaats van slaap
de nacht doorstond
Omdat haar man weer thuis zou komen
en zijn vuist haar weer zou slaan
in de nog open wond
Daar in onze straat
Waar mijn hakken
Tegen de klinkers slaan
Daar woont een meisje
dat al vanaf haar vroege jaren
helemaal geen vrienden heeft
En een kind dat zo gepest wordt
dat hij zich door de nacht
naar weer een schooldag in de ochtend beeft
Daar achter al die deuren
Van de straat waarop ik loop
Waar ik denk aan al mijn zorgen
Een voorbijganger zijn stappen turft.
Daar woont ook iemand met een klamme hand
achter de grendel van zijn deur gebogen
die alle moed uit zich moet sleuren
voordat hij naar buiten gaat
Maar eigenlijk niet durft
Net als als ande’re dagen.
Maar voor mij vandaag was het een nieuwe dag
waarop ik bij de passant
De tranen achter de glimlach zag
de families met al hun kruizen
Daar op onze straat
Daar in al die huizen
Zullen wij aankloppen bij de gesloten deuren,
bij de buurvrouw die zo verdrietig kijkt,
en misschien wel zwijgzaam lijdt?
Want in de straat waar ook jíj ’s nachts je ogen sluit,
Daar slaapt ook de eenzaamheid.
Caroline Duséecommunity